Het is een woensdagmiddag in mei. Meer dan de helft van de tafeltjes in Struis is bezet. Aan de bar bestelt een buurtbewoner een cappuccino to go, bij het raam zitten twee vriendinnen bij te praten en buiten genieten drie studenten van de zon op het terras. Ondertussen zitten de twee oudste kinderen van Peggy en Gerben aan een tafeltje te kleuren of helpen ze gasten met een glaasje water. Peggy: “Dit is precies zoals ik het me had voorgesteld.”
Toch was een eigen horecazaak nooit een langgekoesterde droom van het drietal. Gerben en Richard runnen samen marketingbureau Okerblauw en koffiebedrijf Cocodori, waar ze hun eigen koffiemelanges ontwikkelen en verkopen. Ze waren vooral op zoek naar een plek waar mensen die koffie konden proeven: een soort proeflokaal.
Hun oog viel op het pand aan de Kraneweg. “Er gebeurt hier altijd iets”, zegt Peggy. “Er komen veel mensen voorbij én je hebt de hele dag zon.” Ooit zat er een dierenarts, daarna stond het pand lange tijd leeg. Toch bleef het een plek waar mensen naartoe trokken. “In de zomer zaten hier altijd studenten aan lange biertafels voor de deur. Zo’n plek is het. Het voelde meteen als dé plek voor een buurtkroegje.”
Gerben en Richard verbouwden het pand grotendeels zelf. Alles werd gestript en opnieuw opgebouwd. Peggy nam de inrichting voor haar rekening. “Alles is tweedehands”, zegt ze terwijl ze om zich heen wijst. “De bistrotafeltjes met marmeren blad stonden vroeger bij Pigalle en de hoge bartafels komen van Bob Kookt.” De kussens in de vensterbank vond ze via Marktplaats. “De verkoopster kwam hier laatst toevallig langs en herkende ze meteen. Ze vond het zo leuk dat ik later nog extra kussens van haar kreeg.”
Die aandacht voor hergebruik en lokale producten loopt als een rode draad door Struis. Vrijwel alles is huisgemaakt of lokaal ingekocht. Peggy wijst naar de worteltaart in de vitrine. Ze bakt er inmiddels zo’n acht per week. “Ik kan ze ondertussen met mijn ogen dicht maken”, zegt ze lachend. Ook de camembert uit de oven met gedroogde abrikozen en pecannoten groeide uit tot een favoriet op de kaart. “We hebben geen keuken, dus alles wat we serveren moet uit de oven kunnen komen.”
Ook voor de wijnkaart kozen ze bewust een andere aanpak. Slechts vier wijnen zijn per glas verkrijgbaar. De rest verkopen ze per fles of in kleine flesjes van 37.5 cl, bijna allemaal afkomstig van wijnleverancier Jurjen Smeenk. “We vonden dat er te weinig plekken zijn waar je echt goede wijn kunt drinken voor een normale prijs”, zegt Gerben. Daarom rekenen ze op ieder glas dezelfde marge: slechts een paar euro. “Daardoor zijn juist de betere wijnen hier soms veel goedkoper dan elders.” Het blijkt een succes. Gerben: “Vorig jaar zomer stonden alle tafeltjes buiten vol met die kleine flesjes wijn.”
Dat Struis inmiddels een vaste plek in de buurt is geworden, merken ze dagelijks. Ze worden zelfs regelmatig herkend: “Jij bent toch van Struis?” Toch blijft horeca ondernemen soms spannend. “De kosten zijn hoog”, zegt Gerben. “Inkoop, personeel, overhead: alles is duurder geworden.” Laatst rekende hij uit dat de zaak minimaal zeventig euro omzet per uur moet draaien om quitte te spelen.
Daarom willen ze de komende tijd meer inzetten op de avonden. Er kwam onlangs een nieuwe oven, zodat Struis nu ook kleine diners en warme gerechten kan serveren. Peggy: “We willen dat mensen hier de hele dag terechtkunnen. Voor koffie in de ochtend, lunch in de middag, een borrel in de zon en uiteindelijk ook iets lekkers om ’s avonds te eten.”
Kraneweg 62
www.struisgroningen.nl
Dit artikel staat ook in de meest recente Groninger Ondernemers Courant. Wil je de Groninger Ondernemers Courant voortaan ook gratis vier keer per jaar ontvangen? Bezoek dan de homepage van www.groningerondernemerscourant.nl en laat je gegevens achter.




