Het is een feestelijk jaar voor Marne Mosterd. Niet alleen zit de mosterdmaker, opgericht in 1895 in het Groningse gehucht Molenrij, dit jaar precies honderd jaar in de stad Groningen, ook mag het bedrijf zich al een eeuw Hofleverancier noemen. En er is nog een reden dat de vlag uit kan: directeur Paul de Vries kreeg eerder dit jaar, na een jarenlange strijd, eindelijk maar toch de zo gewenste extra stroomcapaciteit.
Die uitbreiding van 250 kilowatt biedt Marne Mosterd ruimte om verder te groeien. Vanuit het pand aan de Van der Hoopstraat wijst De Vries naar een grasveld naast de fabriek. Daar moet over enkele jaren een nieuwe productiehal verrijzen, inclusief extra opslagruimte. De productiecapaciteit neemt daardoor met zo’n 20 procent toe. Exacte aantallen noemt De Vries niet, maar het gaat om miljoenen kilo’s mosterd extra per jaar.
Nieuwe generatie mosterd
Een belangrijk deel van die groei komt uit een nieuwe mosterdsoort waar jarenlang aan is gewerkt, samen met de Hanze en de Rijksuniversiteit Groningen. De mosterd is speciaal ontwikkeld voor lang houdbare producten zoals salades en mayonaises. “Voor fabrikanten is dit ideaal”, vertelt De Vries in de nieuwste Groninger Ondernemers Courant. “Normaal gesproken moet mosterd voor dit soort toepassingen worden verhit om de smaak te behouden. Door een nieuwe productiemethode is dat bij deze variant niet meer nodig.”
“Innovatie, innovatie, innovatie.” Paul de Vries kan het niet vaak genoeg zeggen. “Als er een ding is waar we goed in zijn, dan is het het ontwikkelen van nieuwe recepturen.” Inmiddels telt het assortiment dan ook zo’n 150 soorten mosterd. Scherp, zoet, glad of juist grover, en alles er tussenin. Een van de nieuwste varianten is een mosterd die blijft plakken aan blokje kaas of een bitterbal, en er niet meteen weer afglijdt. Ook veelbelovend: Sausa, een sausachtige mosterd in een knijpfles. “Daarmee staan we in de supermarkt ineens tussen de sauzen en niet meer alleen in het mosterdschap.”
Groei in het buitenland
Met al die verschillende smaken en nieuwe soorten richt Marne zich nadrukkelijk op het buitenland. Daar liggen volgens De Vries tenslotte de grootste groeikansen. “In Nederland zijn we al marktleider.
De groei zit ‘m hier vooral in mensen méér mosterd laten eten, en dat is nog niet zo makkelijk.” In andere landen is de markt en ook het potentieel veel groter.” Hij wijst op Frankrijk als voorbeeld. “Daar liggen in de supermarkt tientallen soorten mosterd. Dat biedt kansen.”
Om nieuwe producten te ontwikkelen beschikt Marne over een groot innovatieteam. Vrijwel wekelijks worden nieuwe recepten getest tijdens proeverijen. Ook De Vries schuift steevast aan. “Ik heb het geluk een geboren fijnproever te zijn. Ik kan smaken ontleden; ik proef precies wat de ingrediënten zijn.” Een ‘geverifieerd smaakprofiel’, noemt De Vries het. “Het is zelfs wetenschappelijk bewezen.” Fijnproever of niet, het oordeel van de directeur is niet altijd bepalend. “Sterker nog, als ik iets geweldig vind, is dat meestal geen goed teken. Mijn smaak is vaak net wat te uitgesproken. Mosterd met sinaasappelsmaak vind ik fantastisch, maar ik was ongeveer de enige.”
Zaad uit Canada
Marne Mosterd heeft afgelopen jaren flink wat uitdagingen voor de kiezen gehad. Vooral de situatie in Oekraïne, een belangrijke producent van mosterdzaad, zorgde voor onzekerheid. “Na het neerhalen van de MH17 zag je op televisie beelden voorbijkomen van brokstukken in velden vlakbij locaties waar ook mosterdzaad wordt geteeld. Dat was een doemscenario. Die link wil je niet.”
Al vroeg besloot De Vries dan ook om de risico’s te spreiden en meer zaad uit Canada en Moldavië te halen. Import uit door Rusland bezette gebieden in Oekraïne is sowieso geen optie. “Dat hebben we expliciet in ons beleid staan. We willen op geen enkele manier bijdragen aan de Russische economie.”
Tegenwoordig komt ongeveer 90 procent van het mosterdzaad uit Canada, Oekraïne en Moldavië. Een heel klein deel komt uit Groningen. “Het liefst halen we natuurlijk ons mosterdzaad van zo dichtbij mogelijk, maar het Groningse zaad is ongeveer vijf keer zo duur. Consumenten willen daar best iets extra’s voor betalen, maar supermarkten liggen dwars: die kijken vooral naar de prijs.”
Ondanks de groei blijft duurzaamheid een belangrijk uitgangspunt, zegt De Vries. Zo hergebruikt het bedrijf koelwater, liggen er 3.300 zonnepanelen op het dak en wordt regenwater opgevangen voor hergebruik. Ook op sociaal vlak probeert het bedrijf een bijdrage te leveren. Zes medewerkers hebben een afstand tot de arbeidsmarkt. “Dat sociale zit in ons DNA. Tenslotte zijn we ooit, 131 jaar geleden, begonnen als werkgelegenheidsproject in Molenrij.”
De jubilea, de innovaties, het sociale ondernemerschap. De Vries hoopt er dit najaar, als een van de genomineerden, de Groninger Ondernemersprijs mee in de wacht te slepen. “Groningser dan Marne Mosterd vind je het niet.”




