Normaal gesproken begint een interieurarchitect met vormgeving. Bij Spring Studio is dat anders: “We doen eerst onderzoek naar het beschikbare materiaal en de omgeving. Wat willen we laten zien?” Bij WEC resulteerde dat in kustgras, vlas, hennep, schelpen, om maar een paar bijzondere materialen te noemen. Dit betekent niet alleen dat er een korte keten ontstaat met lokale leveranciers en ontwerpers, maar ook dat het interieur een sterke verbinding heeft met de omgeving. “Zo krijgt een ruimte een hele unieke identiteit”, legt Westmeijer uit. “Een van de kernwaardes van het WEC is dat ze het Waddengebied onder de aandacht willen brengen. Dat is nu in het interieur voelbaar gemaakt.”
Het impact ondernemen van Spring Studio is door de jaren heen gegroeid. Toen Westmeijer en mede-eigenaar Jasmijn Buijvoets bijna tien jaar geleden begonnen, hadden ze al wel een duidelijke visie. “We hadden toen allebei al ruim tien jaar ervaring met interieurontwerpen in Amsterdam”, vertelt ze. “Dat was behoorlijk gericht op dat iets ‘mooi’ moest zijn. Dat is natuurlijk ook belangrijk, maar het voelde ook leeg. En het is enorm schadelijk om het ontwerp alleen daarop te richten. Lokale en duurzame materialen maken een veel levendiger interieur.”
Een ander voordeel is dat, zowel de interieurarchitecten van Spring Studio als de klanten, veel meer respect krijgen voor de omgeving. “Je draagt een trui van een Groningse ontwerper met meer trots dan als je hem bij de Primark hebt gekocht. Met interieurs werkt dat hetzelfde. Klanten hebben bij onze ontwerpen veel meer contact met het proces waarmee materialen gemaakt worden.”
Dat de filosofie van Westmeijer en Buijvoets in de smaak valt, bleek toen ze de Dezeen Award wonnen voor het beste duurzame interieur van 2025. De jury vond het verbluffend dat ze voor het WEC niet één, maar meer dan tien verschillende duurzame materialen hebben geïntegreerd die speciaal voor het project zijn ontwikkeld.
Toch vinden de meeste klanten Spring Studio omdat ze onder de indruk zijn van interieurs die ze ergens hebben gezien. De duurzaamheid is niet de doorslaggevende factor. “Maar dat is wel aan het veranderen”, aldus Westmeijer. “Het past bij de tijdsgeest.” Ook zijn de ontwerpen van Spring Studio niet duurder dan die van concurrenten. “Met biobased materialen kun je ook binnen verschillende bouwbudgetten werken.”
Er blijven altijd materialen die niet lokaal te vinden zijn. “Denk bijvoorbeeld aan vloeren. Dan kijken we wat zo duurzaam mogelijk is.” Een toekomstdroom van Spring Studio is om op den duur eigen materialen te gaan ontwerpen. “Zo kunnen we op nog meer vlakken winst behalen.”
Wil jij ook ondernemen met impact? Kortom, ondernemen met oog voor de samenleving? Dat kan op het gebied van personeel en medewerkers (denk aan scholing of het openstellen van functies die niet altijd in het standaardprofiel passen), op het gebied van lokaal inkopen of het ondersteunen van lokale doelen, of juist op het gebied van milieu. Ook als het gaat om producten, klanten of leveranciers of juist bestuur (impactrapport B-corps) kun je ondernemen met impact. De gemeente Groningen helpt je er graag mee verder. Klik hier voor meer informatie.




