Nieuws

Patiënten niet gelijk geïnformeerd door UMCG over mogelijke schadelijke effecten protonenbestraling

Patiënten met een specifiek soort hersentumor die protonentherapie kregen zijn niet gelijk geïnformeerd door het UMCG nadat bekend werd dat de protonentherapie in sommige gevallen schadelijk kon zijn. In juli bleek dat de bestraling met protonen negatieve effecten kon hebben voor mensen met de zogenaamde graad 3-glioom. Zij zijn in sommige gevallen nog doorbehandeld met protonenbestraling, ook nadat het ziekenhuis de informatie kreeg over tegenvallende resultaten en vroegtijdige sterfgevallen. Dit blijkt uit onderzoek van NRC.


Leestijd: 1 minuut

Er zijn drie protonencentra in Nederland: in Delft, Maastricht en in Groningen in het UMCG. In mei bleek uit nieuw onderzoek dat er tegenvallende resultaten waren. Het onderzoek liet zien dat de prognose voor de patiënten die protonenbestraling ondergingen slechter is dan voor patiënten die met fotonentherapie zijn bestraald. Een aantal van kwam vroegtijdig te overlijden. Het onderzoek leidde ertoe dat de ziekenhuizen in de eerste week van juli besloten het bestralen stil te leggen.

In het artikel van NRC wordt het persoonlijke verhaal van Wouter verteld. Hij werd in eerste instantie niet geïnformeerd door het UMCG over de tegenvallende resultaten. Niet voorafgaand aan zijn bestraling, en ook niet voorafgaand aan zijn laatste bestraling op 18 juli. Volgens NRC werden ook andere patiënten, zo’n 100 in totaal, niet op de hoogte gebracht door de verschillende centra. De patiënten zijn volgens het NRC pas geïnformeerd ’toen er een half jaar later media-aandacht dreigde.’

Het UMCG zegt in een statement op de eigen website: “Patiënten hebben in november 2025 persoonlijk bericht gekregen, met daarin het aanbod om contact op te nemen met hun behandelend arts als zij vragen hebben.” “We vinden het belangrijk om alle belanghebbenden goed te informeren.” Het ziekenhuis zegt dat patiënten in november 2025 persoonlijk bericht hebben gekregen. “De nadere onderzoeken die nu lopen, zullen meer duidelijkheid verschaffen of de uitkomsten samenhangen met de therapie zelf of met andere, medische factoren.”