Wonen

Opinie | Afhandeling gasschades Groningen: vergeten beloftes

Sinds 2012 zijn aan Groningen talloze beloften gedaan. Grote woorden, plechtige akkoorden en steeds opnieuw de verzekering dat het nu echt anders zou gaan. Twaalf jaar later is de conclusie pijnlijk helder: de kernbeloften zijn niet nagekomen. Niet incidenteel, maar structureel. En juist dat maakt het gasdossier zo ontluisterend.

Het gaat om mensen.


Leestijd: 3 minuten

Foto | Provincie Groningen
Foto | Provincie Groningen

Dit is een opinie van Dries Zwart, statenlid Partij vóór het Noorden.

De eerste en belangrijkste belofte was veiligheid. Vanaf de beving bij Huizinge werd gezegd dat veiligheid voorop zou staan. Vastgelegd in akkoorden en herhaald door opeenvolgende bewindspersonen. De werkelijkheid is dat duizenden mensen nog steeds in onveilige huizen wonen. Versterking werd uitgesteld, opnieuw beoordeeld of zelfs ingetrokken. Normen veranderden mee met wat uitvoerbaar was, niet met wat nodig was. Veiligheid bleef een belofte op papier, geen zekerheid in de praktijk.

Daarmee samen hing de belofte van tijdige en voorspelbare versterking. Programma’s en jaarschijven moesten rust en duidelijkheid brengen. In plaats daarvan kregen bewoners steeds wisselende beoordelingen en nieuwe spelregels. Een operatie zonder vaste koers ondermijnt onvermijdelijk het vertrouwen.

Ook de schadeafhandeling zou snel, ruimhartig en onafhankelijk zijn. Dat was een expliciete toezegging. In de praktijk werd zij juridisch, traag en onmenselijk. Bewoners moesten bewijzen dat hun schade bestond, wachtten langdurig op besluiten en belandden in bezwaar tegen de staat. Onafhankelijkheid op papier bleek iets anders dan rechtvaardigheid in de praktijk.

Gelijke gevallen zouden gelijk worden behandeld. Die belofte strandde op postcodeongelijkheid. In dezelfde straat wel of geen versterking, wel of geen vergoeding, zonder uitlegbare verschillen. Dat voelt niet alleen onrechtvaardig, dat is het ook.

Het Rijk beloofde juridische strijd te vermijden. Geen overheid tegenover haar eigen inwoners. Toch belandden vele Groningers in bezwaar en beroep. Wie doorzette, moest procederen. Wie uitgeput raakte, gaf op. Dat is geen herstel van vertrouwen, maar afbraak ervan.

Over de gaswinning werd gezegd dat deze zo snel mogelijk zou stoppen. Vanaf 2018, was de belofte. Toch duurde de winning langer dan werd voorgespiegeld en bleef het einde voorwaardelijk. Extra pijnlijk is de voortzetting van gaswinning uit kleine velden. Voor veel inwoners voelt dat als een klap in het gezicht. Na jaren van schade, stress en het principe ‘Groningers boven gas’ blijkt stoppen relatief en afhankelijk van economische en juridische afwegingen. Erkenning van lessen blijkt iets anders dan toepassing ervan.

Herstel van vertrouwen was misschien wel de meest uitgesproken belofte. Elke kabinetsbrief sprak erover. De realiteit is dat het vertrouwen verder daalde. De parlementaire enquête bevestigde wat Groningers al wisten: wantrouwen was geen gevoel, maar een logisch gevolg van bestuurlijk handelen.

Daarbij stelt de rol van de staatssecretaris voor Groningen teleur. Deze functie werd gepresenteerd als doorbraak: één bewindspersoon met regie en doorzettingsmacht. In de praktijk blijft het bij coördineren en duiden. Regie zonder beslissingsmacht is geen regie. Zolang systemen leidend blijven en ingrijpen uitblijft, verandert er fundamenteel niets.

Die teleurstelling geldt ook voor de uitvoeringsorganisaties. Het IMG en de NCG moesten snelheid, eenvoud en menselijkheid brengen. Wat inwoners ervaren is het tegenovergestelde. Procedures wegen zwaarder dan mensen, termijnen worden niet gehaald en maatwerk is uitzondering. Wie vastloopt, verdwijnt in een systeem zonder duidelijke eindverantwoordelijkheid. Dat is bestuurlijk falen.

Economische compensatie moest structureel tegenwicht bieden voor decennia gaswinning. Wat ontbreekt is een structurele herverdeling die past bij de schaal van wat uit de Groningse bodem is gehaald.

Tot slot werd beloofd dat er geen nieuwe generaties gedupeerden zouden ontstaan. Inmiddels zitten kinderen van gedupeerden zelf in procedures. De schade is niet alleen fysiek of financieel, maar ook sociaal en psychisch. En die werkt door.

De Agenda voor Herstel moet hoop en definitieve oplossingen gaan bieden. Het is een gezamenlijk plan van overheid en uitvoeringsinstanties om gedupeerden beter en sneller te helpen. Centraal staan een integrale aanpak, maatwerk per inwoner en vereenvoudiging van regels en procedures, met als doel problemen echt op te lossen en het vertrouwen te herstellen. Groningen vraagt geen nieuwe woorden meer, maar bestuurlijke moed en daden die eindelijk kloppen met wat al twaalf jaar wordt beloofd. Het gaat om mensen.