Het gaat er de laatste tijd vaak over: de Nederlandse infrastructuur is er niet al te best aan toe. Een groot deel van de infrastructuur is na de Tweede Wereldoorlog gebouwd en daarmee komt het einde van de levensduur voor veel constructies dichterbij.
Maar welke bruggen hebben als eerst onderhoud nodig? Voor het beantwoorden van deze vraag is veel informatie nodig. Bestaande monitoringssystemen werken voor een groot deel met sensoren die slechts op een beperkt aantal plekken metingen uitvoeren. Onderzoeker Bahar Haghighat kreeg het idee om haar kleine robots hiervoor in te zetten.
Zwermrobotica
Haghighat doet namelijk onderzoek naar zwermrobotica, waarbij een groep robots samenwerkt om complexe taken op te lossen. Zwermrobotica is geïnspireerd door de natuur: denk aan een school vissen, een zwerm vogels of mieren: in groepsverband krijgen zulke dieren vaak veel meer gedaan dan individueel. Zij voeren geavanceerde taken uit, maar hebben daarbij geen centrale aansluiting nodig en lijken zich als één organisme te gedragen.
Hoe kunnen zwermrobots van pas komen bij bruggen? De kleinschalige robots van Haghighat zijn kleine voertuigjes die verschillende sensoren kunnen dragen. De robots zijn maar een paar centimeter groot en hebben magnetische wielen waarmee ze over bijvoorbeeld een stalen brug kunnen bewegen. Met behulp van sensoren kunnen ze op verschillende plekken de staat van een constructie bekijken.
Het grote voordeel is dat je met behulp van de robots veel meer sensoren kunt gebruiken. Als een van de sensoren uitvalt, kan een andere sensor het overnemen. Ook kun je makkelijker komen op moeilijk bereikbare plekken.
Hoewel de inzet van een robotzwerm veel potentie heeft, zijn er nog veel uitdagingen. Met name de autonomie van de individuele robots is lastig te realiseren.
In 2025 ontving Haghighat een Vidi-beurs om de ontwikkeling van de robots voor structurele inspectie te versnellen. “Ik verwacht niet dat onze robots over vijf jaar elke brug in Nederland inspecteren. Maar ik hoop vooral dat we kunnen aantonen dat deze aanpak werkt en daarmee de basis kunnen leggen voor verdere ontwikkeling van de technologie, via toekomstig onderzoek, samenwerking met de industrie, of zelfs de oprichting van een start-up onder leiding van een van mijn studenten.”




