Nieuws

'NAM oefende druk uit op Rijk om minder Groningse huizen te versterken' 

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) heeft sinds mei 2020 herhaaldelijk druk uitgeoefend op het Rijk om minder huizen in Groningen te versterken. Dat schrijven Dagblad van het Noorden en NRC op basis van brieven die de kranten opvroegen op basis van de Wet openbaarheid van bestuur.


Leestijd: 3 minuten

Groningers in afwachting van eindrapport Parlementaire Enquête Gaswinning
Groningers in afwachting van eindrapport Parlementaire Enquête Gaswinning

Het gaswinningsbedrijf dreigde om niet te betalen voor huizen die de overheid volgens de NAM op grond van 'verouderde normen' onveilig verklaart. De NAM vindt dat er nauwelijks woningen versterkt hoeven te worden.

Dat de NAM de facturen van het Rijk voor het versterken van de woningen niet volledig voor zijn rekening neemt, was al een jaar bekend. Maar het bedrijf benadrukt openbaar dat dit om een boekhoudkundig probleem gaat omdat de facturen niet gedetailleerd genoeg zouden zijn. 

Het Rijk nam in 2018 het initiatief over voor het oplossen van de problemen door de gaswinning toen toenmalig minister van Economische Zaken Eric Wiebes een akkoord met de NAM sloot om de gaswinning naar nul te brengen. De overheid werd bovendien verantwoordelijk voor de schadeafhandeling door aardbevingen en voor het versterken van onveilige woningen. Toen bestond er al kritiek over de manier waarop de NAM de schade en versterking benaderde, zonder de kwetsbaarheid van betrokkenen in het achterhoofd te nemen. 

De NAM raakte daarop minder direct betrokken bij de afwikkeling, maar moest wel de schade en versterking blijven betalen. De overheid besloot welke schade door aardbeving kwam, welke huizen onveilig waren en hoe deze moeten worden versterkt. 

Vorige maand benadrukte de NAM in een persbericht deze afgesproken rolverdeling. "Dit geschil gaat niet over de beleidskeuzes van de overheid. […] Zoals bekend staat de NAM op afstand en is het bedrijf niet betrokken bij deze verdere keuzes voor de schadeafhandeling en de versterkingsaanpak", stond in het bericht. 

Uit de Wob-brieven blijkt dat de NAM herhaaldelijk twijfels uitsprak over de keuzes voor de versterkingsoperatie. "Door het gebruik van verouderde inzichten worden versterkingen in gang gezet die vanuit een veiligheidsperspectief niet nodig zijn. […] De kosten hiervan kunnen dan ook niet op de NAM worden verhaald", schreef het gaswinningsbedrijf in juni 2020. In september 2020 schrijft de NAM: "De versterkingsoperatie […] wordt uitgevoerd op basis van (sterk) verouderde normen”, en dat heeft ze „de afgelopen jaren veelvuldig en via verschillende kanalen bij de Staat […] onder de aandacht gebracht."

Volgens de NAM houdt de overheid zich niet aan de afspraken over hoe zij onveilige huizen aanwijst en versterkt. Dat dient te gebeuren volgens een methode die "uitgaat van de laatste bouwkundige en seismische inzichten en de laatste inzichten over toekomstige gaswinning" en "regelmatig zal worden geactualiseerd". Maar volgens de NAM gebeurt dat niet, waardoor "een aanzienlijk aantal huizen versterkt worden op basis van verouderde normen […] terwijl versterking niet langer of slechts in beperkte mate vereist is voor de veiligheid."

De NAM vraagt de minister daarom "vriendelijk" en "met afschriften van de gerelateerde (bron)documentatie" om uit te leggen waarom hij de aanwijzingen van de NAM over de benodigde aanpassingen van de methode niet opvolgt. 

Op 13 augustus 2021 schuift demissionair minister van Economische Zaken Stef Blok in een volgens een ambtenaar "stevige brief" alle bezwaren van de NAM aan de kant. In "bindende overeenkomsten" is vastgelegd dat "de ministers van EZK en BZK beslissen hoe de versterking wordt uitgevoerd", en dat het "dientengevolge niet (meer) aan de NAM [is] te beslissen omtrent de wijze waarop de versterkingsoperatie wordt uitgevoerd; waaronder de keuze […] welke gebouwen voor versterking in aanmerking komen." De NAM moet daarom alle kosten betalen "ongeacht het antwoord op de vraag of de NAM op dezelfde manier invulling aan de versterkingsoperatie zou hebben gegeven."

Ook klachten over het gebrek aan informatie in de facturen worden terzijde geschoven. Er zijn "inspanningen" geweest om aan de NAM tegemoet te komen, maar "de NAM dient onder ogen te zien dat een consequentie van het overdragen van de verantwoordelijkheid voor de versterking […] is dat de NAM niet langer tot in detailniveau kan voorschrijven hoe de administratie zou moeten worden ingericht."