De berekeningen worden jaarlijks herzien op basis van actuele verwachtingen. In de berekening van de schadeafhandeling is dit jaar voor het eerst ook het jaar 2031 meegenomen. Omdat de schadeafhandeling dan waarschijnlijk nog niet volledig is afgerond, wordt bij de volgende raming waarschijnlijk ook het jaar 2032 meegenomen. De actuele berekening is dat het afhandelen van de schade uitkomt op zo’n 3,4 miljard euro. De piek in de uitgaven van schadeherstel komt naar verwachting volgend jaar, met zo’n 900 miljoen euro aan uitgaven.
En dan is er nog de versterkingsoperatie (versterken van gebouwen en huizen). Ook die is meegenomen in de ramingen. De planning daarvoor blijft onveranderd. De verwachting is dat de versterking ergens tussen 2030 en 2032 wordt afgerond, hoewel oorspronkelijk werd uitgegaan van 2028. De kosten worden geraamd op ongeveer 3,5 miljard euro. De piek van uitgaven komt waarschijnlijk dit jaar, met 912 miljoen euro.
Bij elkaar opgeteld komen de kosten uit op 6,9 miljard euro, bijna 7 miljard dus. Er is daarmee sprake van een toename van 427 miljoen euro in vergelijking met de Voorjaarsnota in 2025.
Het kabinet heeft de nieuwe berekeningen van het IMG en NCG afgelopen week met de Tweede Kamer gedeeld. In de voorjaarsnota die recent werd gepresenteerd is het geld dat nodig is voor de schadeherstel- en versterkingsoperatie gereserveerd.
De nieuwe ramingen zijn ook bedoeld voor de NAM en aandeelhouders Shell en ExxonMobil. Zij hebben meerdere rechtszaken lopen over de hoogte van de kosten. De verwachting is overigens wel dat deze bedrijven nog steeds een aanzienlijk deel van de kosten met vergoeden.




